“Ik reageerde in 2002 op een oproep van de wijkagenten in de krant omdat het me zielig leek als er niemand zou komen. Maar er waren aardig wat mensen. En dat waren geen burgerwachttypes of knuppelaars, maar gewoon mensen uit de wijk, die hun verantwoordelijkheid pakten. Wijkagent Willem Molenaar legde uit wat de bedoeling was en we gingen op pad, met een man of vijftien. We waren halve nachten op straat, midden in de winter. Het resultaat was ernaar. Er werd een auto gesignaleerd, er werd iemand aangehouden, het aantal inbraken schoot omlaag.
WAS begon puur repressief, als hulpje van de wijkagent. Maar wij hebben ons verbreed. We willen narigheid voorkómen in plaats van oproepbaar zijn als er ellende is. WAS vult de kloof tussen de anonieme politie en de afwachtende burger. Normaal gesproken moet de politie burgers beschermen, die als passieve consumenten achter de voordeur zitten. Zij bemoeien zich nergens mee, totdat ze slachtoffer van een misdrijf worden. Dan zijn de rapen gaar. Dat klopt niet, vinden wij. Onze wijk is van ons, niet van de politie. En de veiligheid in de wijk ook. Daar kun je samen aan werken. Geen controle hebben over de omgeving maakt een mens ongelukkig. Dat hebben we met WAS doorbroken.
Onze autonome stichting telt 140 vrijwilligers, van wie er 50 op surveillance gaan. Zij draaien diensten, worden gebrieft en kunnen elk moment de wijkagent oproepen. De andere WAS-krachten – die allemaal door de politie worden gescreend – zijn de oren en ogen in de buurt. Zij melden hun bevindingen op onze website. De wijkagenten lezen dat, voegen hun eigen nieuws toe en koppelen terug wat ze met meldingen doen.
Onze leden volgen cursussen, over wetskennis bijvoorbeeld en omgaan met jongeren. We zoeken namelijk ook alternatieve manieren om problemen te benaderen. Hangjongeren kun je bij voorbaat afkeuren, angstig voorbijlopen en eindeloos bekeuren, maar laten we liever contact met ze leggen. Ik maak regelmatig een praatje en hoor dan verrassende dingen. Als je die jongeren leert kennen, kun je ze ook aanspreken op overlast. Wij hebben ontzettend goed contact met de wijkagenten, daar zijn we heel blij mee. Ik denk dat de politie ook veel aan ons heeft. Zó krijgt ze contact met de haarvaten van de maatschappij.”