“Op verjaardagen ben ik altijd het mikpunt. Ik begrijp dat wel, het is niet fijn om een boete te krijgen als je íéts te hard rijdt. Maar controle is wel belangrijk. Bij het Team Gericht Verkeerstoezicht houd ik me bezig met snelheids- en roodlichtovertredingen. Samen met een collega waak ik over 38 camera’s. Ik verwissel filmrolletjes, pleeg kleine reparaties, breng kapotte camera’s weg en laat ze jaarlijks ijken, anders zijn de bekeuringen ongeldig. Sommige camera’s leggen dertig auto’s per week vast, andere achthonderd in drie dagen. Ik weet precies wanneer de rolletjes vol zijn. Mede daardoor scoren wij al vier jaar het hoogst van alle regiokorpsen. Ik ben heel fanatiek voor mijn 57 jaar.
Radarcontroles doe ik ook, twee dagen per week. Dan zit ik alleen in een auto, de camera naast me. Wie te hard rijdt, wordt gefl itst. Elke dag proberen mensen daar onderuit te komen. Laatst trokken twee aantrekkelijke dames de hals van hun truitjes wat omlaag. Of er iets te regelen viel. Ongeloofl ijk! Ik moest ze helaas teleurstellen. Ik word vaak voor rotte vis uitgemaakt, maar daar kan ik gelukkig goed mee omgaan. Mij krijg je niet boos. En als het echt dreigend wordt, rijd ik weg.
Mijn vader werkte ook bij de politie. Hij kwam eens bijna onder een ontspoorde tram toen hij op het Spui het verkeer stond te regelen met zo’n ouderwets stopbord. Daar heb ik nog foto’s van. Toen ik in 1972 van de mts kwam, vertelde hij dat de politie tekenaars zocht. Dat werk heb ik tot 1995 gedaan. Bij de meest verschrikkelijke ongelukken ging ik met mijn meetlint rond en zette ik alles op papier, waarna het opruimen kon beginnen. Tramchauffeurs jutten me altijd op, die wilden dóór.
Een vrouw die onder de tram kwam terwijl haar man achter haar fietste, heeft grote indruk gemaakt. Maar er waren ook leuke dingen, zoals de botsing van een bestelauto vol kroketten. Die lagen óveral. Terwijl ik bezig was alles uit te meten, zag ik de chauffeur kroketten rapen. ‘Hé! Die moet ik tekenen’, riep ik. Waarop hij protesteerde: ‘Maar ze zijn nog goed!’
Elf jaar geleden overleed mijn vrouw plotseling. We hadden drie kleine kinderen. Ik mocht vroege diensten draaien om ze na school op te kunnen vangen. Dat mag nu nóg. Daar ben ik het korps ongelooflijk dankbaar voor. Sommige collega’s vinden de radarauto saai. Ik zet de radio aan en vermaak me best. Ik weet waar ik het voor doe. Het aantal ongelukken daalt gestaag als wij regelmatig controleren, blijkt uit statistieken. Mede door mijn werk vallen er veel minder doden. Dat geeft me een goed gevoel.”