“In zestien jaar op de ambulance heb ik nooit de politie hoeven bellen omdat we werden aangevallen door publiek. Ik maak wel dwingend gedrag mee, mensen die eisen dat we iemand naar het ziekenhuis brengen, al is dat onnodig. Het is de kunst om dat niet te laten escaleren. Daar moet je een sociaal mannetje voor zijn. Ik heb me twee keer bedreigd gevoeld door een grote groep die niet voor rede vatbaar was. Dan ga ik door de knieën en neem de patiënt mee. Ik laat het nooit op vechten uitdraaien.
Bij verkeersongelukken zien omstanders ons samen met de politie optreden, maar wij werken volstrekt gescheiden. Agenten vertellen ons bij aankomst meestal wat er aan de hand is, maar ik zoek het altijd zelf uit. Ik moet bij nul beginnen, anders loop ik het risico dingen over het hoofd te zien. Ik heb wel eens een gebroken enkel gemist doordat een man flauwviel van de pijn aan zijn schouder. Wij tilden hem op de brancard. Hadden we hem laten opstaan, dan was die enkel wel opgevallen. Je moet er niet aan denken dat je ernstiger letsel niet opmerkt. Daarom laat ik me nooit door anderen leiden. Ik controleer eerst de vitale functies, ook al schreeuwt iemand nog zo hard over pijn aan zijn been.
Met mensen die zeggen geen hulp nodig te hebben, moet je ook uitkijken. Hartje winter viel een vrouw in een dikke bontjas van haar fiets bij het Centraal Station. Ze deed afwerend, we moesten erg aandringen om haar te onderzoeken. Toen ze eindelijk haar jas uitdeed, begreep ik waarom. Ze was broodmager door anorexia. Haar bloeddruk was zo laag, dat een dertig centimeter lange snee in haar hoofd niet bloedde. Hadden we naar haar geluisterd, dan was die niet ontdekt. Dat zijn van die instinkers.
De politie en wij leren van elkaar. Ik zie steeds vaker agenten achter het hoofd van een slachtoffer zitten om de nek te stabiliseren. Wij leren sporen zo min mogelijk te verstoren. Maar er is ook veel níét bekend. Onze geheimhoudingsplicht, bijvoorbeeld. Agenten vragen vaak of een gewonde automobilist heeft gedronken. Dat mag ik niet zeggen, al ruik ik het.
Zelf vind ik dronken rijden heel erg. Bumperkleven en onbeschoft rijgedrag kunnen me ook kwaad maken. Ik zie veel onverschillige mensen. Zelfs met sirene en zwaailicht wordt steeds minder rekening gehouden. Vooral jongeren proberen nog even voor je langs te schieten. Als wij niet goed uitkijken, hebben we zélf drie aanrijdingen op een dag.”