“De veelplegersaanpak werpt vruchten af. Alle delicten zijn afgenomen, alleen geweld bleef onacceptabel hoog. Daarom heeft de korpsleiding in 2005 besloten ook voor stelselmatige geweldplegers een speciale aanpak te ontwikkelen. Ik coördineer dat, als voormalig ploegchef bij de recherche, samen met ervaren wijkagent Bert Zalm. Met zijn tweeën weten wij precies wat er leeft op de wijkbureaus, waar het werk gedaan moet worden. We hebben elementen van het veelplegersproject overgenomen. Toch is er een belangrijk verschil. Geweldplegers maken altijd slachtoffers. Als je autoruit stuk is en je radio weg, kun je flink pissig worden. Maar zomaar klappen krijgen terwijl je de hond uitlaat, is veel erger. Dat verpest je levensvreugde. Wij moeten de daders dus niet alleen uit hun gewoonte trekken, maar vooral voorkomen dat zij nog eens toeslaan.
De ketenpartners bespreken driewekelijks de Top 30 van mensen die om het minste geringste uit hun slof schieten. Sommigen geven elke week wel iemand een klap, zomaar, bij de bushalte. In de opsporing hadden we mappen vol van die kleine zaken met grote gevolgen. Verschillende bewoners durfden de deur niet meer uit. Het is toch prachtig als je dat kunt voorkomen? Wij kunnen precies zien hoe iedereen zich gedraagt. De wijkagenten die de geweldplegers adopteren, houden alles bij. Ketenaanpak is vervolgens het toverwoord, waarmee je mensen echt helpt. Soms kan een uitkering al voorkomen dat iemand dreigend over straat gaat. Vroeger bemoeiden we ons daar niet mee, nu zoeken we uit waarom hij geen uitkering krijgt. Mag hij wegens agressief gedrag niet meer naar de Sociale Dienst? Dan kan de gemeente zorgen voor een vaste contactpersoon, die zijn korte lontje kent. Een ander heeft therapie nodig. Lukt dat niet bij De Waag, dan gaat hij terug naar Parnassia. Hij blijft hoe dan ook érgens en gaat niet losgeslagen over straat.
De proactieve benadering is een omslag voor de politie. De wijkbureaus krijgen wéér een proces over zich heen. Daar krijgen ze wel veel voor terug: een veiliger wijk en minder opsporingswerk. Officieel is onze pilot geslaagd als zes mensen uit de Top 30 stoppen met geweld, maar ik beschouw elk slachtoffer minder als pure winst. Dit is een intensieve klus met veel overleg. Soms moet ik drie weken wachten om alle ketenpartners bij elkaar te krijgen. Het beleid wordt heel grondig voorbereid en geëvalueerd, en dat moet ook. Als er nog kinderziektes inzitten wanneer het definitief wordt ingevoerd, pikken collega’s het niet op en sterft het een stille dood. De korpsleiding beslist eind 2007 of we op deze manier doorgaan. Ik ben ervan overtuigd dat het een succes wordt. Dankzij de ketenaanpak.”