“Succes in een moordonderzoek geeft enorme voldoening. De dag dat wij de slachtoffers van de metselmoorden vonden, zal ik niet snel vergeten. Twee Zaanse jongens waren in een Haagse woning vermoord en in een muur van een ander pand verborgen. Door goed rechercheren en feiten combineren hebben we ze gevonden. Daar ben ik nog trots op. Het is zó belangrijk voor de familie.
Elke moord maakt op een andere manier indruk. Een 89-jarige Scheveninger is vorig jaar vermoord door zijn neef, die geld nodig had. Dat iemand ertoe komt de broer van zijn opa te doden – onbegrijpelijk. De Madestein-zaak zal me ook bijblijven, omdat de rechercheurs de identiteit van het slachtoffer maar niet konden achterhalen. Een Australiër uit Bangkok was het, die niets bij zich had. De omgeving leverde geen aanwijzingen op, Opsporing Verzocht ook niet, we informeerden in buurlanden en spoorden de importeur van zijn kleding op. Wekenlang waren we op zoek naar het slachtoffer in plaats van de dader, heel frustrerend. Je kunt een moord haast altijd oplossen door een fout te ontdekken, maar daar moet je wel de kans voor krijgen. Die wordt kleiner naarmate de tijd verstrijkt.
Ons bureau deed projectmatig onderzoek naar bijvoorbeeld drugs of vrouwenhandel, voordat we in 2005 de levensdelicten erbij kregen waar een Team Grootschalige Opsporing op wordt gezet. Nu zijn we vooral met moordzaken bezig. De projecten komen in de verdrukking, want een moord kun je niet even laten liggen. Zelf doe ik het liefst projectmatig onderzoek. Daar komen vaak internationale contacten bij kijken, daar houd ik van. Wij denken dat we zo ontwikkeld zijn, maar buitenlandse collega’s kunnen je verrassen hoor. Aan projectmatig onderzoek kan ik meer sturing geven, er hoeft niet meteen een dader te worden gepakt. Dat kan tot onverwachte resultaten leiden. We zijn in 2003 met een Haags drugsonderzoek begonnen. In de Hagenaars bleek niet veel muziek te zitten, maar we stuitten wel op interessante Chinezen. Met geduldig doorrechercheren hebben we een bende ontmaskerd die in drugs én wapens handelde. Het werd een enorme zaak. Hongkong leverde de bendeleider uit, die twaalf jaar gevangenisstraf kreeg. Bijzonder, want Nederland heeft geen uitleveringsverdrag met Hongkong.
Ook in de metselmoordenzaak is een verdachte uitgeleverd. Die zat in India, ook geen verdragsland. Je moet je door zulke hindernissen nooit laten ontmoedigen. Ik ben een week in Hongkong geweest en een collega ging naar India, om uit te leggen waarom wij de verdachten in beide zaken wilden hebben. Natuurlijk, dat kan tegenwoordig ook via de webcam. Maar neem van mij aan: in ons vak werkt persoonlijk contact altijd het beste.”