"Als jongetje wilde ik het theater in of bij de politie. Het is allebei uitgekomen. Ik heb eerst als belichter gewerkt, maar miste het contact met mensen. Daarom ben ik naar de politie overgestapt. Daar heb ik geen spijt van. Dit is een schitterend beroep, vooral als je in de noodhulp werkt. Ik voel me het prettigst als het heel druk is en ik ’s ochtends niet weet wat er ’s middags gaat gebeuren. Daarom past noodhulp zo goed bij mij. Als je op spoedmeldingen wordt afgestuurd, weet je nooit waar je in terechtkomt. Het is spannend en je kunt mensen helpen.
Soms moeten we heel snel een strategie bedenken, zoals laatst, toen we bij een steekpartij kwamen en de verdachte nog binnen was. We maken ook indrukwekkende dingen mee. Een ongeluk bij de Haagse Markt heeft me ontzettend aangegrepen. Daar had een 17-jarige jongen met een walkman op de tram niet aan horen komen. Hij stapte er zó onder, werd meegesleurd en raakte bekneld. Wij wisten alleen dat er een tramongeluk was met letsel. Het perron stond vol huilende, gillende mensen. Iemand lag bewusteloos op de grond, we dachten dat híj een klap van de tram had gehad. Maar hij was in de paniek flauwgevallen. Toen zag ik de jongen onder de tram. Hij zuchtte nog. Of het zijn laatste adem was of valse lucht, weet ik niet. Ik kon hem niet helpen. Even later constateerde een arts dat hij dood was.
De rest van de dag hebben we getuigenverklaringen opgenomen, afzettingen geregeld, nieuwsgierigen op afstand gehouden. Daar moesten veel collega’s bij helpen, het publiek brak gewoon door de afzetting heen. Iemand zette een filmpje op internet. Onbegrijpelijk. De volgende dag hebben we op eigen verzoek de stille tocht begeleid, als afsluiting. Ik denk er soms nog aan, maar wij maken zo veel mee.
Eén keer zijn mijn collega en ik van achteren aangevallen, toen we een wildplasser bekeurden. Ik lag opeens op de grond met mensen op me, mijn portofoon was weg. Wat ben ik toen blij geweest met al die camera’s in de stad. We waren te zien in de meldkamer, die met de oproep ‘assistentie collega’ iedereen onze kant opstuurde. De maatschappij wordt harder en het respect voor de politie steeds minder. In een wijk als deze moet je helemaal een dikke huid hebben. Ik trek het me niet aan, ik ben juist trots dat ik bij de politie werk. Als wij er niet waren, werd het een zooitje.”