“Laak is niet groter dan vier vierkante kilometer, maar ik ken geen buurt met zo veel hennepkwekerijen. Daar moet de politie iets mee, willen we de wijk leefbaar houden. Er is hier veel armoede, dat maakt mensen kwetsbaar. Als een omaatje vijfhonderd euro krijgt voor tien weken huur van een achterkamer – zo lang duurt een kweek – kan ze mooi haar pensioentje aanvullen. Zo’n vrouw beseft niet dat ze uit haar woning gezet kan worden. Dat gebeurt, hoor. Mensen die toch al weinig hadden, hebben dan niets meer. Die ellende moet je ten koste van alles voorkomen.
Dit jaar rollen we waarschijnlijk meer dan honderd kwekerijen op. De samenwerking in de henneptrein werkt goed. Elke twee weken gaan we een aantal adressen af. Eneco sluit de stroom af, wij houden verdachten aan, milieubedrijf EcoLoss ruimt de plantage op, de gemeente sluit de woning af. De henneptrein reed al toen ik hier kwam in 2004. Ik ben opgestapt en heb m doorgetrokken. Er zijn partners bij gekomen – de Sociale Dienst, de Belastingdienst – en we hebben in een convenant vastgelegd wie wat doet. Dat is over alle bureaus verspreid, collega’s hoeven het alleen maar op te pakken. Niet elke bureauchef doet dat. Het belang is niet overal even groot.
Door brand, een overstroming of stankoverlast komen we soms plantages op het spoor. De kwekers worden steeds creatiever. Zo vonden we eens een volledige kwekerij onder de vloer. De bewoners hadden een jaar lang gegraven. Er lag een kleed over het luik, daar stond een tafel op. Je zag dus niets, maar het stonk ontzettend.
Alle tips via de anonieme M-lijn belanden op mijn bureau, maar ik heb daar niet veel werk aan. Wijkteams kijken of er ruiten zijn afgeplakt en afvoerslangen uit de ramen hangen, Eneco meet de warmte rond het pand – wordt daar veel energie gebruikt? De recherche beslist of de henneptrein gaat rijden. Ik zorg vooral voor structuur en maak mensen enthousiast. Op symposia hoor ik hoe anderen hennepbestrijding aanpakken. De beste methodes neem ik mee.
Ik ben blij dat we nu ook growshops aanpakken. Daarmee brengen we de hennepteelt een belangrijke slag toe. Maar het blijft dweilen met de kraan open. De mensen die wij pakken, zijn veelal sukkelaars die gebruikt worden. Criminelen met twintig kwekerijen verdienen nog steeds dik als wij er vijf oprollen. Die grote jongens, dáár moeten we op gaan zitten. Want als je de hoofdkraan dichtdraait, komt er uit de andere kranen ook geen water meer.”