“Koninginnedag in Den Haag was vroeger een geraniummarkt, verder niets. Het was hier saai. Met evenementenbureau Doen hebben we in 1989 geprobeerd dat te doorbreken. We hebben een bluespodium tussen twee horecagebieden in gezet en ook bij de cafés speelden bandjes. Daar kwamen 30.000 mensen op af. Nu trekken we 250.000 bezoekers. Veiligheidsbeleid bestond nog niet. Er waren wat praktische punten, zoals trams die last hadden van het feest. Daarom overlegden we met verschillende diensten, op het politiebureau. Daar werkten mensen met een Haags hart, die ons steunden omdat ze begrepen dat het leuk was voor de stad. Was er een probleem, dan liep een politieman mee om het op te lossen. Zonder die mensen had KoninginneNach niet bestaan.
Tegenwoordig zijn er meer festivals en is het politiekorps groter en zakelijker geworden. Politici stellen veiligheid boven alles. Zij gaan voor beheersbaarheid, wij voor intensiteit. Dat is strijdig met elkaar. Als er koste wat het kost niets mis mag gaan, kijken steeds meer ambtenaren over je schouder mee. Zie dan maar eens een spontaan festival te organiseren. Echt veilig is het pas als er niemand komt, maar dat kan toch niet de bedoeling zijn. We hebben elk jaar weer een hartstikke leuk feest. Dat er mensen zijn aangehouden, lees ik de volgende dag in de krant. Dat gebeurt pas na afloop, als de grote meute weg is.
Dan voel je de kou, zie je de troep en slaat de sfeer om. Voor sommige mensen werkt een groep ME’ers dan als een rode lap op een stier. Die relschoppers, dat zijn hooguit honderd dwazen die altijd alles verpesten. Vroeger wachtte de politie zulke jongens op na de kermis, als ze herrie wilden gaan trappen in de stad. Agenten liepen met ze mee: ‘We brengen jullie wel even thuis.’ De jongens baalden verschrikkelijk, ze konden niks uithalen. Tegenwoordig bemoeien allerlei niveaus in het politiekorps zich met KoninginneNach. Dan krijgen de humor en creativiteit van individuele agenten minder kans en moet je terugvallen op de linies.
Ik heb drie jaar lang gereisd. Onze politie is zonder twijfel de beste ter wereld. Maar feest is feest en je kunt niet álles regelen. Natuurlijk wil niemand op zijn geweten hebben dat het fout gaat. Als mensen terrasstoelen in de fik steken, moet de ME ingrijpen. Maar je kunt proberen het zo te organiseren dat dat niet nodig is. Ik denk dat de platte pet daar een cruciale rol in speelt. Een muur van blauw moet je zien te vermijden. Die roept vechtlust op.”