“Bestrijding van zware criminaliteit valt bij het Haagse parket onder elf officieren van justitie in het Team Bijzondere Zaken. Samen met de politie draaien zij grote ‘zwacri’- onderzoeken op het gebied van internationale drugs- en wapenhandel, mensenhandel, valsemunterij en fraude. De samenleving lijdt daar forse schade door, ook al valt dat niet altijd direct op.
Dat een grote inbraakgolf schadelijk is, begrijpt iedereen. Bij drugs- en wapenhandel ligt dat ingewikkelder. Toch worden we ook daardoor benadeeld met zijn allen. Het brengt een illegaal circuit met zich mee, dat pas opvalt als er iets misgaat. Een wapenhandelaar die niet betaald wordt voor zijn uzi’s, kan niet naar de rechter stappen. Dat wordt dus anders opgelost - met een liquidatie, zomaar ergens op de stoep. Zoiets heeft veel impact. Door georganiseerde misdaad raakt de onderwereld verweven met de bovenwereld. Mensen op wie wij vertrouwen worden tot corruptie verleid, advocaten en vastgoedhandelaren worden meegetrokken in de criminele wereld. Mensenhandel verandert legale prostitutie in een broeinest van moderne slavernij. En fraude maakt het betalingsverkeer via bank of internet onveilig. Zo komt de betrouwbaarheid van de infrastructuur van ons dagelijks leven in gevaar. Of de georganiseerde misdaad meer greep krijgt op de samenleving, kan ik niet zeggen. Maar er is wel veel veranderd.
Vroeger had je maffia-achtige structuren, nu zijn de grote jongens zelden bekenden uit het criminele circuit. Je ziet regelmatig verdachten zonder strafblad, die pas tegen hun veertigste zijn begonnen. Zij zaten bijvoorbeeld in de fruithandel, lieten zich overhalen om ook iets anders mee te nemen uit Zuid-Amerika en rolden er zo steeds meer in. Ze zijn succesvol omdat ze een netwerk hebben. Een misdaadorganisatie is in dat opzicht eigenlijk net een gewoon bedrijf. We zien steeds meer los-vaste samenwerkingsverbanden ontstaan. De leider van een drugsbende kunnen we even later aantreffen als meewerkend voorman bij een andere groep, die illegaal vuurwerk verhandelt. Dat maakt het werk ingewikkeld, maar het geeft ons ook de kans verschillende strategieën in te zetten. Zien wij bijvoorbeeld drie jongens drugs verkopen in drie wijken, dan kunnen we via een uitgebreid project proberen de organisatie daarachter in kaart te brengen. Maar we kunnen die drie ook snel oppakken en afzonderlijk afhandelen. Als daarmee een einde komt aan de handel, hebben wij ook resultaat geboekt.
We werken ook steeds meer met bestuurlijke rapportage. Dan vragen we de gemeente bijvoorbeeld een zaak te sluiten waar strafbare dingen gebeuren, of we vragen een bank haar geldautomaten beter te beveiligen tegen pinpasfraudeurs. Daarmee voorkom je dat hetzelfde opnieuw gebeurt. Want met het strafrecht alleen winnen we de strijd niet.”